V I E R D E    V E R G A D E R I N G

 

 

op donderdag 16 maart 2006 om 20.00 uur.

 

 

Overzicht van de verhandelde punten.

 

                                                                                                                                    Stuknr

95.    Opening en mededelingen                                                                          

96.    Afleggen van de eed dan  wel de verklaring en belofte door

        de leden van de raad                                                                                

97.    Voorstel tot wijziging van de verordening van de Rekeningen-

       commissie                                                                                     69      

98.    Voorstel inzake de benoeming van een voorzitter en twee plaats-

       vervangend voorzitters in de Algemene Commissie                                    70      

99.    Voorstel ten behoeve van diverse tijdelijke benoemingen in de

       Rekeningencommissie, de Adviescommissie voor bezwaarschriften

       en het Algemeen Bestuur van Midden-Delfland                                          71      

100. Voorstel tot benoeming van leden en plaatsvervangend leden in de

       Adviescommissie voor bezwaarschriften                                                        

101.  Voorstel tot benoeming van een voorzitter en leden in de Rekeningen-

       commissie                                                                                             

102.  Voorstel tot benoeming van een lid in het Algemeen bestuur van

       Midden-Delfland                                                                                       

103.  Sluiting                                                                                                  


 

Voorzitter: de heer mr. drs. G.A.A. Verkerk, burgemeester.

 

Aanwezig zijn: de heren De Bie, Blinker, mevrouw Bolten, de heren Bot, Clason, Damen, mevrouw Dekker, de heren Van Doeveren, Guldemond, mevrouw Van der Hoek, mevrouw Van Holst, mevrouw De Jong, mevrouw Junius, de heren Keuvelaar, Kiela, mevrouw Koning, de heren De Koning, Van Leeuwen, Meuleman, mevrouw Norbruis, de heren Oedit Doebé, De Prez, Rensen, Riphagen, mevrouw Van Rossum, de heer Sipkema, mevrouw Steffen, de heer Stoelinga, mevrouw Stolker, de heren Stoop, Tas, mevrouw Thoolen, de heren Van Til, Van Tongeren, Vokurka, Vuijk en De Wit.

 

Raadsgriffier: mevrouw Y. van Delft

 

95. De VOORZITTER: Ik open de vergadering. Het is een bijzondere raadsvergadering, waarin de eerste raadsleden van een nieuwe periode worden geïnstalleerd.

 

Eventuele hoofdelijke stemmingen beginnen vandaag bij nr. 3 van de presentielijst, mevrouw Van Holst. Er zijn geen berichten van verhindering ontvangen. Ik deel u mede dat na afloop van de raadsvergadering een fotograaf van de Delftse editie van het Algemeen Dagblad een foto wil nemen van de nieuwe raad. Verder deel ik u mede dat vanavond sleutels van de achterdeur van het stadhuis worden uitgereikt. Daarvoor moet getekend worden. De bijbehorende code wordt vanaf maandag in werking gesteld.

 

Aan de fracties zijn uitgereikt een eerste aanvullende agenda, een gewijzigd voorstel van stuk 70 (benoeming voorzitter en twee plaatsvervangend voorzitters van de Algemene Commissie) en een nieuw stuk 71 (diverse tijdelijke benoemingen in de Rekeningencommissie, de Adviescommissie Bezwaarschriften en het Algemeen Bestuur van Midden Delfland).

 

Ik benoem tot leden van het stembureau mevrouw Koning (voorzitter), mevrouw Junius en de heren Meuleman en Riphagen.

 

96. Afleggen van de eed dan wel de verklaring en belofte door de leden van de raad.

 

De VOORZITTER: Ik lees eerst de tekst van de eed voor. Daarna vraag ik iedereen die aangegeven heeft de eed te willen afleggen om mij te antwoorden met de woorden: “zo waarlijk helpe mij God Almachtig”. Daarna lees ik de verklaring en belofte voor. Degenen die deze willen afleggen, moeten mij antwoorden met de woorden: “dat verklaar en beloof ik”.

 

Volgens artikel 14 van de Gemeentewet luidt de eed:

 

     “Ik zweer dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

 

     Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

 

     Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen”.

 

Ik verzoek u allen te gaan staan.

 

Hierna leggen in handen van de voorzitter de navolgende leden de eed af:

 

De heren R. Clason, N.A.J.M. van Doeveren, mevrouw L.J. van der Hoek, mevrouw M.D.Th.M. de Jong, mevrouw M.C. Junius, de heren J.J. Keuvelaar, A. Meuleman, M.H.J.M. Stoelinga, H. van Til en A.J.F. van Tongeren.

 

De VOORZITTER: Volgens hetzelfde artikel 14 van de Gemeentewet luidt de tekst van de verklaring en belofte:

 

     “Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

 

     Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

 

     Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen”.

 

Hierna leggen in handen van de voorzitter de navolgende leden de verklaring en belofte af:

 

De heren W.J. de Bie, R.D. Blinker, mevrouw S.C.C.M. Bolten, de heren W. Bot, E.C. Damen, mevrouw I. Dekker, de heer P.L. Guldemond, mevrouw M. van Holst, de heer P. Kiela, mevrouw A.L. Koning, de heren W.M. de Koning, A.S.A. van Leeuwen, mevrouw K.F. Norbruis, de heren R.B. Oedit Doebé, R.M. de Prez, J.D. Rensen, D.A. Riphagen, mevrouw L. van Rossum, de heren M.J.W. Sipkema, mevrouw W.C. Steffen-Hoogendoorn, mevrouw F.M. Stolker, de heren A.J. Stoop, C. Tas, mevrouw C.E. Thoolen, de heren L.P. Vokurka, R. Vuijk en J.P. de Wit.

 

De VOORZITTER: Leden van de raad, van harte gefeliciteerd. Het is een mooie en bijzondere dag voor u, zeker voor de nieuwelingen. Ik zal het echter niet mooier maken dan het is: op u rust een zware taak. U hebt met het afleggen van de eed en de verklaring en belofte een zware rol op u genomen. Op 7 maart 2006 zijn ruim 43.000 Delftenaren naar de stembus gegaan en zij hebben u gekozen om vorm te geven aan hun belangen en idealen. In de Gemeentewet staat dat de raad de gehele bevolking van de gemeente vertegenwoordigt. U zult dat de komende vier jaar doen, niets meer en niets minder. Sterker gezegd: dat is wat de 97.000 Delftse inwoners van u verwachten. U hebt hun vertrouwen en u mag hen vertegenwoordigen. Ik zeg daarbij dat u macht hebt als lid van de gemeenteraad. Macht is in principe niet slecht; u hebt machtige instrumenten in handen waardoor u mede aan het stuur staat. Die macht is bedoeld om goede dingen te doen voor uw achterban en voor de stad. Een goed gebruik van macht leidt tot gezag. Ik vind dat persoonlijk nog mooier. U maakt het verschil tussen of het goed gaat met Delft of niet. Het is een voorrecht om dat met zijn zevenendertigen te kunnen doen.

 

U weet dat het college er in het duale bestel is om te besturen. U moet echter de richting aangeven. U zegt waar het naartoe gaat en u controleert of die richting daadwerkelijk wordt gevolgd. Daarnaast bent u er natuurlijk voor de belangen van de individuele burger. Ik waarschuw u daarbij: verlies u niet in technische details en laat u niet ondersneeuwen door de ontelbare uitvoeringskwesties waarmee een gemeente nu eenmaal te maken heeft. U moet daar ook zelf een politieke afweging in maken en een antenne voor ontwikkelen. In de laatste weken zijn er veel adviezen gepubliceerd en brochures gekomen over de manier waarop u een goed raadslid kunt zijn. Ik heb voor mij liggen het laatste blad van de VNG,

 

VNG Magazine, en daarin staan wijze adviezen. Ik roep er een paar. “U moet hard werken. Maak een onderscheid tussen wat belangrijk en onbelangrijk is. Laat uw agenda niet bepalen door het college maar door de samenleving.” Dat staat hier. “Laat discussies over procedures over aan anderen. Kruip niet in de rol van superambtenaar en verlies u niet in kaderstelling. Bedenk voor u een collegestuk leest eerst wat er voor u en uw achterban in zou moeten staan. Zorg voor goede informatiekanalen binnen de gemeente en de samenleving; de meest interessante dingen staan meestal niet in de collegestukken. Laat u nooit wijs maken dat u er niet over gaat. Gebruik gewone taal die iedereen snapt. Speel nooit op de man maar ga voor de inhoud. Communiceer met de bevolking en kom zo weinig mogelijk in het stadhuis.” Ja, dat staat hier ook. “Blijf uzelf en voel u niet gekwetst; een aanval op u is politiek en niet persoonlijk bedoeld. Laat nooit merken dat u chagrijnig bent. Lees uw stukken, vooral als beginnend raadslid.” Daarna mag het minder. “Als u iets niet begrijpt, vraag er dan naar. Gebruik internet en alle andere informatie die nodig is. Gebruik de ambtenaren; zij hebben veel kennis. Doe u niet groter voor dan u bent.” Ik voeg daar mijn eigen advies aan toe: word lid van uw vakbond Raadslid.nu. Mevrouw Bolten kan u daar meer over vertellen.

 

Het lijkt mij een goed plan om in de komende raadsperiode met minder papier te werken en meer de stad in te gaan. U moet daar echter zelf uw weg in vinden. Natuurlijk speelt het college daarin een rol, inclusief de ambtelijke organisatie, zowel wat betreft de structuur en de werkwijze als het schrijven van de stukken. Wij zullen daarop letten. Op die manier kunnen wij het dualisme, het onderscheid tussen raad en college, verder vorm geven. Dualisme staat overigens niet gelijk aan strijdcultuur. Ik ben ervan overtuigd dat er veel meer is dat u bindt dan van elkaar scheidt.

 

Ik vertel u niets nieuws, maar ik zeg daarbij: de mensen en de media letten op u. Men verwacht voorbeeldgedrag, niet alleen op straat maar ook zeker in deze zaal. Scherpe debatten: ja. Verdiende kritiek: natuurlijk. Misstanden aan de kaak stellen: zeker. Het zou mij echter een lief ding waard zijn om hier en buiten deze zaal in de komende jaren respectvol en wellevend met elkaar om te gaan. Dat levert volgens mij een betere sfeer op en daarmee betere besluiten. In elk geval ontstaat daarmee een goed beeld voor de inwoners van Delft. Als wij geen respect voor elkaar hebben, hoe kunnen wij dan respect van de burger voor ons werk verwachten? Ik kan niet genoeg benadrukken dat het om die inwoners gaat. Wij dragen daar allen zorg voor. Ik haal in dat verband graag artikel 1 van de Grondwet aan: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan.” Deze leidraad moeten wij in Delft vasthouden. Dan komen wij samen verder.

 

Ik zei al dat u een zware rol op u hebt genomen. Het is echter ook een heel mooie rol. Ik wil dat laatste gezichtspunt laten overheersen. Er liggen grote uitdagingen voor u. U maakt als raadslid de eerste werkzaamheden rond de Spoorzone mee. Wij zijn daar al een jaar of tien mee bezig, dus u zult nog veel merken van de invloed die een dergelijk proces heeft op een stad. U maakt als raadslid ook het begin van de aanleg van de Harnaschpolder mee. Hopelijk ziet u ook de eerste palen de grond in gaan op Technopolis. Verder zult u de Poptahof langzaam maar zeker zien veranderen. Al heel snel is de opening van de Koepoortgarage aan de orde. Dat zijn allemaal fysieke zaken die in gang zijn gezet. Er is echter nog veel meer, want het gaat om de mensen in Delft. De raad zal besluiten nemen die van invloed zijn op de werkgelegenheid in de stad. Hoe bieden wij de mensen die nu aan de kant staan een goed bestaan in deze stad? Hoe betrekken wij de bewoners van de stad bij de besluiten die wij nemen? Hoe houden wij Delft een gemeente die bereikbaar blijft en waarin het goed wonen is? Hoe blijft het openbaar gebied schoon, heel en veilig? Hoe

 

garanderen wij anderszins de veiligheid in de stad? Welke voorzieningen zijn nodig voor het groeiende aantal ouderen? Hoe houden wij Delft een stad waarin men zijn kinderen wil laten opgroeien, met goede onderwijsvoorzieningen, met veilige straten en met een aanpak die ook anderszins hun veiligheid beschermt, bijvoorbeeld in de relatie tussen kinderen en alcohol?

 

Er komt ook een Wet maatschappelijke ondersteuning op ons af. U zult daar nog hoofdbrekens over krijgen. Verder zal de vraag over de invulling van onze rol in de regio aan de orde komen: zijn wij een regionale speler of staan wij aan de kant? Voor bepaalde zaken gelden wij als centrumgemeente. Ik noem als voorbeeld de dagopvang, een opgave die wij niet kunnen wegtoveren. Ik noem evenzeer de kansarmen en de mensen die onze steun nodig hebben. In de vorige raadsperiode zijn ruim 800 besluiten genomen. Dat zal nu niet wezenlijk anders zijn. Elk van die besluiten is een uitdaging. U moet zich afvragen of wij steeds het besluit nemen dat goed is voor de stad. Die afweging gaat verder dan de vraag of het besluit goed is met het oog op de volgende verkiezingen. Dat mag natuurlijk, maar het gaat zeker ook om de lange termijn. Houd dat vooral in het achterhoofd. Wij denken daar niet allemaal gelijk over en daarvoor dient het debat.

 

Ik heb onlangs gelezen dat 97% van de geënquêteerde raadsleden in ons land vindt dat burgemeesters zich niet moeten bemoeien met de formatie van het nieuwe college. Ik vermoed dat u daar ook zo over denkt. De bal ligt bij de raad. Ik wens u daar de komende tijd heel veel wijsheid bij. Als uw voorzitter en als voorzitter van het college zijn de uitkomsten van de formatie voor mij natuurlijk meer dan interessant. Ik kijk daar dan ook naar uit. Ik ben daar nieuwsgierig naar en zal mijn visie daarop geven. Wij zullen elkaar in de komende vier jaar zeker een keer of vijftig ontmoeten in deze raadszaal. Wij zullen elkaar ook in de commissies tegenkomen en wij zullen hoe dan ook vele honderden besluiten met elkaar nemen. Ik verheug mij van harte op de samenwerking en wens u een vruchtvolle raadsperiode toe.

 

Ik ga nu over op het uitreiken van de Delftse vroedschapspenning. De leden die eerder in de raad hebben gezeten, weten hiervan. Voor de nieuwe leden zal ik er nog wat over vertellen. In de vorige periode is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de vroedschapspenning en inmiddels is een boekje erover verschenen. In de inleiding daarvan is te lezen wat de achtergrond van het uitreiken van de vroedschapspenning is. Wie lid wordt van de gemeenteraad van Delft, krijgt een zogenaamde vroedschapspenning uitgereikt. Daarbij worden altijd prachtige verhalen verteld over het ontstaan en de betekenis van deze traditie. Burgemeester Hein van Oorschot wist bijvoorbeeld te melden dat er heel bijzondere rechten waren verbonden aan het bezit van de penning. Die zouden teruggaan tot diep in de middeleeuwen. De drager van de vroedschapspenning mocht zich een varken dat hem op straat in de weg liep toe-eigenen en voor eigen gebruik laten slachten. Ook mocht hij in tijden van nood vooraan staan bij de uitdeling van brood op de Markt en kon hij desgewenst zijn toevlucht zoeken in het Steen, de toren in het stadhuis. Hij kreeg verder met voorrang vers water uit de Haagse Beek als er cholera heerste. “Want in tijden van rampspoed, “ aldus van Oorschot “moet het stadsbestuur toch in stand worden gehouden”. En zo is het maar net.

 

Deze verhalen hebben geen enkele historische basis, maar ze doen het natuurlijk geweldig bij een uitreiking. Daarmee wordt er een feestelijk en ludiek karakter aan gegeven. Er is wel behoefte aan betrouwbare en historisch gefundeerde achtergrondinformatie over de invoering van de vroedschapspenning. Wat is die vroedschap waarnaar verwezen wordt? Heeft de penning nog steeds een reële betekenis of is er slechts sprake van traditie? Is de uitreiking van de vroedschapspenning een typisch Delfts gebruik of komt deze ook bij andere steden voor? Zag de penning er altijd uit zoals hij er nu uitziet? Deze en andere vragen

 

worden beantwoord in dit boekje. De tekst is gebaseerd op publicaties van de Delftenaar Nico Arkesteijn, specialist op het gebied van penningen, en bewerkt en aangevuld door de Delftse gemeentesecretaris Gerrit Verhoeven. Dit langverwachte boekje reik ik graag uit aan de nieuwe raad.

 

Er is echter meer. Aan de vrouwelijke raadsleden wordt een extra attribuut uitgereikt. Voor de achtergrond daarvan ben ik echt heel diep in de archieven gedoken. De vrouwelijke raadsleden krijgen qualitate qua een extra ereteken uitgereikt vanwege de speciale functie die vrouwelijke volksvertegenwoordigers altijd hebben gehad, namelijk een Delftse bezem. Mij is nog niet duidelijk welke voorrechten daaraan verbonden zijn, maar het lijkt mij wel goed dat met de symboliek van de bezem op gepaste wijze wordt omgegaan. In de middeleeuwen was dit extra teken noodzakelijk omdat vrouwen toen nogal eens, vrijwel altijd ten onrechte, tot heks werden verklaard. Een extra ereteken gaf immuniteit tegen aanvallen en politieke verdachtmakingen. De dames krijgen naast de penning dus een bezem.

 

Hierna reikt de voorzitter de vroedschapspenning uit aan achtereenvolgens de heer Vokurka, mevrouw Norbruis, de heer Guldemond, mevrouw Van Holst, de heren De Bie, Damen, Clason, mevrouw Thoolen, de heren Keuvelaar, Sipkema, mevrouw Dekker, mevrouw Van Rossum, de heren van Til, Oedit Doebé en Stoop.

 

(APPLAUS)

 

97. Voorstel tot wijziging van de verordening van de Rekeningencommissie.

(Stuk 69)

 

98. Voorstel inzake de benoeming van een voorzitter en twee plaatsvervangend voorzitters in de Algemene Commissie.

(Stuk 70)

 

99. Voorstel ten behoeve van diverse tijdelijke benoemingen in de Rekeningencommissie, de Adviescommissie Bezwaarschriften en het Algemeen Bestuur van Midden Delfland.

(Stuk 71)

 

Deze voorstellen worden achtereenvolgens zonder stemming aangenomen.

 

100. Voorstel tot benoeming van leden en plaatsvervangend leden in de Adviescommissie bezwaarschriften.

 

101. Voorstel tot benoeming van een voorzitter en leden in de Rekeningencommissie.

 

102. Voorstel tot benoeming van een lid in het Algemeen Bestuur van Midden Delfland.

 

De vergadering wordt van 20.30 uur tot 20.46 uur geschorst.

 

Mevrouw KONING: Er zijn 37 biljetten uitgereikt en 36 biljetten terugontvangen. Met 36 stemmen zijn de volgende leden benoemd:

- mevrouw Steffen tot lid van de Adviescommissie voor bezwaarschriften Kamer I;

- de heren Otto en Van Leeuwen tot leden van de Adviescommissie voor bezwaarschriften Kamer II;

- mevrouw De Jong en de heer Stoop tot plaatsvervangend leden van de Adviescommissie voor bezwaarschriften Kamer II;


 

- de heer Otto en mevrouw De Jongh Swemer als leden van de Adviescommissie voor bezwaarschriften Kamer III;

- de heer Tas als plaatsvervangend lid van de Adviescommissie voor bezwaarschriften Kamer III;

- de heer De Graaf als voorzitter van de Rekeningencommissie;

- mevrouw Bolten, mevrouw Steffen, de heren Buis en Van Tongeren en mevrouw Dekker als leden van de Rekeningencommissie;

- mevrouw Bolten als lid van het Algemeen Bestuur Midden Delfland.

 

De VOORZITTER: Daarmee zijn alle kandidaten benoemd. Ik wens hen veel succes bij hun werkzaamheden.

 

Ik dank het stembureau en ontbind het.

 

Ik merk aan het einde van deze vergadering op dat de aangekondigde foto van de nieuwe raad beneden in de hal zal worden genomen. Ik verzoek de andere aanwezigen om boven te blijven totdat deze genomen is. Ik roep de fractieleiders op om hun gezag uit te oefenen om hun fractieleden beneden te krijgen.

 

103. De vergadering wordt om 20.47 uur gesloten.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 april 2006.

 

,voorzitter.

 

 

 

,griffier.